Roofs 2026-02-20 Groene daken kunnen veel beter

p. 20

''Groene daken kunnen veel beter”

Groene daken kunnen veel meer toevoegen voor de beleving en voor de biodiversiteit, benadrukken tuin- en landschapsarchitecten Maarten Grasveld en Arjan Boekel. Wat daarvoor nodig is: meer ambitie en meer plantenkennis binnen de wereld van de groendaken. “Als de dakenbranche en de groensector de handen ineenslaan, kunnen we laten zien dat er meer mogelijk is.”

Tekst; Nolanda Klunder
Beeld: Arjan Boekel / De Bloeimeesters

“Vooropgesteld: elk groen dak, ook een eenvoudig sedumdak, is beter dan een zwart dak”, zegt Maarten Grasveld. “Maar we kunnen met groene daken veel meer doen, er is veel meer te halen dan mensen denken. Bij The Urban Jungle Project en De Bloeimeesters zoeken we daarom de grenzen op. Maar dat kunnen we niet alleen, daar hebben we de dakenbranche bij nodig.” Roofs gaat in gesprek met twee tuin- en landschapsarchitecten die zich inzetten voor groendaken met optimale beplanting: Maarten Grasveld van The Urban Jungle Project en Arjan Boekel van De Bloeimeesters (zie kader).

AMBITIENIVEAU

Arjan Boekel vertelt: “We zien dat er bij groene daken vaak voor een standaardoplossing wordt gekozen. Het ambitieniveau voor het groen op daken is niet hoog. Daarvoor zijn verschillende oorzaken. Vaak is het een gebrek aan kennis en creativiteit. Als een ontwikkelaarof architect een groen dak wil realiseren, richt hij zich tot de groendakleveranciers. Dat zijn veelal leveranciers van dakmaterialen die zijn overgestapt op dit segment. Dat geeft ze zeer gedegen kennis op het gebied van materialen, maar vaak niet van de planten zelf. Het groene dak is vervolgens technisch tiptop in orde, maar de invulling van het groen laat te wensen over. Zowel de deskundigheid van de groendakleverancier als die van beplantingsexpert is noodzakelijk: alleen in die samenwerking komt je tot echt waardevolle resultaten.”

TOEGEVOEGDE WAARDE

Boekel vervolgt: “Planten kunnen veel meer voor de leefbaarheid van een stedelijke omgeving betekenen als je ze optimaal inzet. Dat is altijd maatwerk. Bij elk project, of het nou op het maaiveld is of op een dak, gaan we uit van de basisvraag: welke sfeer en beleving wil je hier creëren? Daarbij komt de vraag wat het groen op deze plek moet doen voor biodiversiteit, klimaatmitigatie of waterberging. Vanuit daar zoek je de juiste beplanting, waarbij je verder gaat dan de planten die je meestal ziet.” Grasveld benadrukt: “Op die manier kan groen met gelaagdheid van bomen, heesters en kruidachtigen een echte toegevoegde waarde bieden.Die waarde is nog niet gekoppeld aan een financiële waardering, maar dat kan veranderen als we zien welke voordelen er aan kwalitatief hoogstaand groen verbonden zijn.”

KEURMERK

“BREEAM en andere keurmerken functioneren helaas vaak als een afvinklijstje”, zegt Grasveld. “Vastgoedeigenaars doen wat nodig is om dat keurmerk te halen. Maar als je de groene daken zou monitoren, dan zou je zien dat veel projecten niet werkelijk bijdragen. De ruimte wordt steeds spaarzamer dus we moeten steeds kritischer kijken hoe we die inrichten. Een belangrijk onderdeel daarvan is: kies groen dat écht iets toevoegt voor de mensen, voor de biodiversiteit, voor de wateropgave.” Boekel: “De keurmerken worden vaak als maximaal doel gezien, maar wij zouden dat willen omdraaien: zie een keurmerk als de ondergrens.”

FINANCIEEL

“De ambitie in de totale markt, van architect en projectontwikkelaar tot dakdekker, zou opgevijzeld kunnen worden”, zegt Grasveld. “Kern daarbij is dat de opdrachtgever het belang ervan inziet.” Boekel vult aan: “Zelfs als financieel gezien de hoogste ambitie niet haalbaar is, dan nog kan je met planten iets bijzonders doen binnen de gestelde voorwaarden. Wij kijken altijd waar we kunnen schuiven: kan je ergens besparen zodat je elders kunt toevoegen?” Grasveld noemt een mogelijke besparing: “Groendaken worden vaak in een bestek opgenomen en komen zo bij de bouwkundige aannemer terecht. Die neemt een onderaannemer in de arm, die op zijn beurt vaak ook een partij inhuurt: bij elke stap komt er iets op de prijs. Als je het groendak loskoppelt en ziet als afzonderlijk project, blijft dat geld over om te gebruiken voor het groen. Je praat vanaf het begin mee in het bouwteam maar hebt een situatie waarin elk zijn eigen deelproject doet, binnen de afgestemde kaders.” Overigens, benadrukt Grasveld: “Bij de installatietechniek op het dak kijkt men nauwelijks naar de prijs, want die is noodzakelijk. Maar als het om groen gaat, vindt men het moeilijk om er geld aan uit te geven, want groen wordt blijkbaar gezien als extra. Er is nog te weinig bewustzijn van de baten die eruit voortkomen. Laten we eerst ophouden met groen alleen als kostenpost zien. En dat begint bij de opdrachtgever.”

INNOVATIE

Om de opdrachtgevers te overtuigen van de mogelijkheden is plantenkennis cruciaal, leggen Boekel en Grasveld uit. “Er kan bijna altijd veel meer dan de opdrachtgever weet”, zegt Grasveld. “Bijvoorbeeld: als ik over een boom op het dak spreek, denkt iedereen aan een belasting van 15.000 kilo. Maar wij hebben die belasting met een lichtgewicht substraat kunnen terugbrengen naar 250 kilo per m2. Daarnaast werken we met een modulair systeem, zodat het groen bij problemen makkelijk kan worden verwijderd en na de reparatiewerkzaamheden teruggeplaatst. Dat hebben we bereikt door te pionieren en te experimenteren: dat bedoel ik als ik zeg dat we altijd de grenzen opzoeken. Een ander voorbeeld is water. Water wordt in de toekomst een probleem, dus we onderzoeken hoe we heel droge groendaken, met een minimum aan waterbehoefte maar wel rijke beplanting, kunnen vormgeven.”

BIJZONDERE VOORBEELDEN

The Urban Jungle Project en De Bloeimeesters hebben aan veel bijzondere groene daken gewerkt. Een voorbeeld is een groen dak op een kantoorpand van negen verdiepingen hoog op De Blaak in Rotterdam, gecreëerd door Boekel Tuin en Landschap. Boekel vertelt: “Het gaat om een bestaand dak, waarbij we hebben gekozen voor een laagtechnologische opbouw, zodat er maximaal budget over was voor het groen en enkele bijzondere zitplekken om het dak op een bijzondere manier te beleven. De rijke beplanting is een mix van planten die bestand zijn tegen droogte en hitte: uitheemse planten van droge gebieden uit Zuid- en Oost-Europa, maar ook inheemse planten voor de biodiversiteit. Daarnaast is de aanplant aangevuld met zaden. Uitgangspunt is dat deze planten samen een systeem vormen en niet een verzameling losse planten. Het plantensysteem doet aan als een bloeiende weide, die door het jaar heen niet stopt met bloeien en zich door de jaren heen verder ontwikkelt, zonder dat er veel beheer nodig is.” Een tweede opvallend project van Boekel is een dak in Bos en Lommer, Amsterdam. “Ook dit was een renovatiedak, maar één met veel draagkracht, waardoor we veel bomen konden gebruiken. Het resultaat is een zeer rijke vegetatie, met alle lagen: vaste planten, heesters, bomen, en dat op een dak op tien meter hoogte. Een van de warmste plekken van Amsterdam werd hierdoor veel koeler.” Grasveld: “Dit soort projecten functioneert als uithangbord om te laten zien hoe het anders kan, als we maar voorbij de standaardoplossingen kijken en pionieren. De opdrachtgever bepaalt, maar als de dakenbranche en de groensector de handen ineenslaan, kunnen we laten zien dat er veel meer mogelijk is.”

UITNODIGING

“Zelfs met technische en financiële beperkingen kan je het groen een belangrijkere rol geven”, zegt Boekel. “Zie het groen op het dak als een kans om iets unieks van je project te maken en niet als iets dat afgevinkt moet worden. Zoek samenwerking om de kennis in je project binnen te halen.” Grasveld: “Sla de handen ineen, zoek samen de grenzen op, focus op wat wél mogelijk is en niet op wat niet mogelijk is. Sta open voor vernieuwing. ‘Kan niet’ bestaat niet. Het zou mooi zijn als dit artikel een uitnodiging is om met elkaar de dialoog aan te gaan. Wij staan klaar om die handreiking aan te pakken.”

Maarten Grasveld:

Tuin- en Landschapsarchitect Maarten Grasveld is een van de oprichters van The Urban Jungle Project, een samenwerking tussen Boomkwekerij Ebben en zoon Daan Grasveld. De innovatie is gestart met innovator Stef Janssen, Toon Ebben en Maarten Grasveld. Het doel: de leefbaarheid van steden vergroten door met innovatieve, natuur-technische oplossingen groen te integreren in gebouwen en stedelijke ruimtes, op plekken waar dit normaal niet mogelijk is.

Arjan Boekel:

Tuin- en Landschapsarchitect Arjan Boekel is projectleider bij De Bloeimeesters, een coöpe- ratie van groen-professionals die hun planten- kennis en ervaring bundelen om zakelijke en particuliere tuinen mooier, beter, duurzamer en klimaatbestendiger te maken.

Deel dit artikel

AI Assistent Stel je vraag

AI Assistent

Online

👋

Welkom bij de AI Assistent!

Stel me vragen over dakdekken, isolatie, materialen en meer. Ik help je graag verder!

Probeer bijvoorbeeld:

0/500 Druk op Enter om te versturen