Roofs 2026-06-14 “Koperslagers en loodgieters zijn de duizendpoten van het dak”
“Koperslagers en loodgieters zijn de duizendpoten van het dak”
In deze rubriek laat Roofs personen van binnen en buiten de dakenbranche aan het woord. De insteek is om de visie en de persoon achter die visie voor het voetlicht te brengen.
Tekst: Nolanda Klunder
Met de restauratie van de koperen koepels van de Sint-Jan de Doperkerk in Waalwijk won F. Bogaerts B.V. Leidekkers- en Loodgietersbedrijf de Dak van het Jaar 2025 in de categorie Hellende Daken. Koperslager Hans Verstegen was als uitvoerend specialist nauw betrokken bij dit bijzondere restauratieproject. “Dit was een uniek project”, vertelt hij.
KOPEREN KOEPELS
“Bij de Sint-Jan de Doperkerk moest de helft van de koperen koepels worden vernieuwd”, vertelt Hans. “Dat deden we aanvankelijk met een team van drie vakmensen, later uitgebreid met extra collega’s. Het ging om koepels van verschillende afmetingen, allemaal met een dubbelgekromde vorm. Geen enkele koepel was hetzelfde.” Hoewel Hans inmiddels ruim 22 jaar werkzaam is in het ambacht, betekende dit project opnieuw een uitdaging. “Het nauwkeurig inmeten van deze bolvormige koepels was voor mij een nieuwe taak. Een ervaren collega heeft mij de eerste koepel uitgelegd, waarna ik het zelf heb opgepakt. Iedere baan moest exact worden ingemeten, berekend en uitgewerkt.” De koperen banen werden volledig geprefabriceerd door de leverancier. “Voordat de definitieve productie begon, ontvingen we eerst enkele proefbanen. Pas nadat deze perfect aansloten, werd de complete set geproduceerd. Omdat de banen volledig op maat werden aangeleverd, was er op het dak nauwelijks ruimte voor correcties. Daarom moest het inmeten tot op de millimeter nauwkeurig gebeuren. Dat vraagt veel vakkennis, concentratie en voorbereiding.” Naast zijn uitvoerende werkzaamheden bewaakte Hans ook de voortgang van het project. “Terwijl mijn collega’s bezig waren met het monteren van een koepel, was ik alweer de volgende aan het inmeten en de materialen aan het bestellen. Daardoor konden we zonder vertraging doorwerken.” Met zichtbaar enthousiasme kijkt hij terug op de werkzaamheden. “Een jaar lang waren we vrijwel iedere dag bezig met meten, rekenen en maken. Uiteindelijk hebben we zes koperen koepels volledig vernieuwd. De overige koepels zullen in de toekomst waarschijnlijk ook worden gerestaureerd. Ik heb tijdens dit project ontzettend veel geleerd en daarom alles zorgvuldig vastgelegd. Mijn aantekeningen gebruik ik nog regelmatig.”
DUIZENDPOTEN
Als tiener begon Hans aan een opleiding tot timmerman, maar die maakte hij niet af. Via zijn vader, die destijds als leidekker en loodgieter werkzaam was bij F. Bogaerts B.V., kwam hij op zijn achttiende bij het bedrijf terecht. “De eerste jaren werkte ik als leidekker. Later wilde ik meer afwisseling en vroeg ik Ferdy Bogaerts of ik het loodgietersvak mocht leren. Een ervaren leermeester heeft mij het ambacht geleerd en sindsdien ben ik eigenlijk nooit meer uitgeleerd.” Die enorme afwisseling maakt het vak volgens hem zo bijzonder. “De ene dag maak je een eenvoudige goot of een zijwang van een dakkapel, de volgende dag werk je aan monumentale torenspitsen, historische koepels, ornamenten of ingewikkeld sierlood. Als ik
zou moeten vertellen wat we allemaal met lood, koper en zink maken, zitten we hier vanavond nog.” Zijn voorkeur gaat uit naar lood. “Met lood kun je vrijwel iedere vorm maken. Koper en zink zijn stijver, waardoor het verwerken weer andere technieken vraagt. Juist die combinatie maakt ons vak zo mooi.” Met een glimlach: “Wat ik zie, kan ik maken. Dat is eigenlijk precies wat ons vak inhoudt. Of het nu gaat om lood, koper of zink: wij bedenken oplossingen, maken alles op maat en zorgen ervoor dat het technisch én esthetisch klopt. Daarom noem ik koperslagers en loodgieters de duizendpoten van de dakenwereld.”
WERKEN AAN GESCHIEDENIS
De Sint-Jan de Doperkerk was voor Hans een bijzonder project, maar zeker niet het enige monument waar hij met trots op terugkijkt. “Ook de restauratie van de loden torenspits van de Cunerakerk in Rhenen en de monumentale klokkentoren van Kasteel Nijenrode behoren tot de mooiste projecten waar ik aan heb mogen werken. Het blijft bijzonder dat je zulke
monumenten mag restaureren.” De geschiedenis achter deze gebouwen spreekt hem aan. “De Sint-Jan was bijna honderd jaar oud toen wij eraan werkten. Tijdens de restauratie kom je allerlei sporen uit het verleden tegen: oude kranten, buskaartjes of zelfs kogelfragmenten uit de Tweede Wereldoorlog.” Volgens Hans vraagt restauratiewerk veel meer dan alleen technisch vakmanschap. “Je werkt aan gebouwen die soms honderden jaren oud zijn. Dan moet je oude technieken combineren met de eisen van vandaag. Dat maakt ieder project anders en zorgt ervoor dat je jezelf voortdurend blijft ontwikkelen.”
TIENDUIZEND FOTO’S
Vrijwel ieder project legt Hans zorgvuldig vast. “Inmiddels bestaat mijn persoonlijke archief uit meer dan tienduizend foto’s. Ik fotografeer niet alleen het eindresultaat, maar ook bijzondere details en constructies. Regelmatig blader ik daar nog eens
doorheen.” Hij besluit: “Ik ben trots op ieder project dat we opleveren. Uiteindelijk laat je iets achter waar mensen misschien wel honderd jaar naar blijven kijken. Dat blijft het mooiste van dit vak.”
Hans Verstegen in zeven vragen;
Wat heb je zelf voor dak? Ik heb een hellend dak met betondakpannen.
Met wie woon je? Met mijn vrouw en twee kinderen van vijf en veertien jaar.
Wat doe je als je niet werkt? Dan ben ik meestal thuis aan het klussen. Tijdens de restauratie van de Sint-Jan was ik tegelijkertijd mijn eigen zolder aan het verbouwen, inclusief dakkapel, zonnepanelen en de volledige afwerking.
Wat is je favoriete stad? Ik heb niet echt een favoriete stad. Ik geniet vooral van een landschap met een weids uitzicht, bijvoorbeeld in de bergen.
Wat is je favoriete gebouw of architect? De loden torenspits van de Cunerakerk in Rhenen blijft voor mij een van de mooiste projecten waaraan ik heb mogen werken.
Wat is voor jou het ultieme dak? Het complete koepeldak van de Sint-Jan de Doperkerk in Waalwijk. Ik hoop dat we in de toekomst ook de overige koepels mogen restaureren.
Waar ben je in je werk het meest trots op? Op ieder project dat we met vakmanschap en liefde
voor het ambacht hebben gerealiseerd.