Thailand
Column Ronald van Bochove
De meeste lezers van Roofs zullen het wel herkennen. Je bent op je vakantiebestemming, een plek met allemaal nieuwe indrukken en sensaties. Iedereen geniet van de parken, de musea, de restaurants, het weer – en jij kijkt alleen maar naar de daken.
Afgelopen zomer was ik op familiebezoek in Chiang Mai, een grote stad in het noorden van Thailand. Een plek waar je met van alles bezig kunt zijn, behalve daken. Hoewel het een behoorlijk grote stad is (met 1,2 miljoen inwoners is het na Bangkok de tweede stad van Thailand), is Chiang Mai niet imposant. Verwacht geen enorme kantoorgebouwen of monumentale parken. De stad ligt in de bergen, aan de rivier de Ping, en de bouw is overwegend eenvoudig te noemen. Toch waren de daken het eerste wat me opviel toen ik vanuit het vliegtuig naar beneden keek. Opvallend veel daken waren voorzien van zonnepanelen en zo op het oog werden veel daken ook gebruikt als verblijfsruimte. Voor mensen zoals ik, die helemaal niet zo veel weten van Thailand, is het verrassend om te zien hoe modern het land is: in veel opzichten is de cultuur er verder ontwikkeld dan hier. Zijn we hier het dakgebruik nog aan het ontwikkelen, in Chiang Mai worden toeristen voortdurend naar het dak gelokt, om er bijvoorbeeld bij zonsondergang een yoga-sessie te houden. Ruimtegebrek speelt daar niet zo’n rol: het is vooral de omgeving zelf, het uitzicht, waardoor het dak evident the place to be is.
Het historische centrum van Chiang Mai is gebouwd rond een aantal boeddhistische tempelcomplexen. Een daarvan is het indrukwekkende complex Wat Chiang Man. Zoals gezegd was ik er helemaal niet voor de daken, maar hier kon ik niet anders dan het complex op te lopen en me te vergapen aan de rijk versierde (hellende) daken: van hout, van goud, met dakpannen, ornamenten, etc. De tempel stamt uit 1297 en dat laat meteen ook zien dat het begrip ‘vooruitgang’ betrekkelijk is. Ik heb in mijn functie als hoofdredacteur van Roofs heel wat prachtige daken gezien, waar het vakmanschap van af spatte. Maar deze eeuwenoude daken, prachtig in stand gehouden bovendien, slaan echt alles. Tijdens mijn verblijf ontbeet ik altijd in een soort bibliotheek-koffiebar, met boekenkasten tot aan het plafond. Als ik dan tijdens het ontbijt even opzij keek, zag ik elke ochtend een prachtig vormgegeven boek in de kast staan, met de welluidende titel ROOFS. Ik heb er elke ochtend likkebaardend doorheen gebladerd, het ene dak nog mooier dan het andere. Ze zijn in Thailand duidelijk ook heel goed in het uitstralen van trots op het vak. Daar zetten we graag onze Roofs edities naast!