Leidekker: een eeuwenoud ambacht en een modern beroep
Al negenhonderd jaar worden leien gebruikt als dakbedekking in ons land. Leidekker is een eeuwenoud ambacht, maar tegelijkertijd ook een modern beroep. “We werken onder moderne omstandigheden maar gebruiken traditionele methodes”, zo vat Erik Maas van Verkoelen Dakspecialisten het samen.
(Tekst: Nolanda Klunder)
Zeg je leisteen, dan zeg je historie. Bij opgravingen in Keulen en Xanten bleek dat de oude Romeinen al natuurlei gebruikten als dakbedekking. In Nederland begonnen we in de twaalfde eeuw met leien plaatsen op belangrijke gebouwen als kerken en kastelen. Een groot deel van het werk van de leidekker anno 2026 is dan ook het onderhouden van de daken van monumentale panden. Maar dat is niet het hele verhaal: leisteen wordt nog steeds gekozen bij nieuwbouw. De leidekker heeft een vak dat negenhonderd jaar bestaat, maar in elk opzicht een modern beroep is.
ESTHETICA
“Leisteen is nog altijd populair als dakbedekking”, ziet ook Erik Maas, directeur van Verkoelen Dakspecialisten in Weert. “Dat heeft alles te maken met esthetica, de luxe uitstraling én de lange levensduur van lei. Leistenen blijven tachtig tot honderd jaar op het dak liggen: langer dan elke andere soort dakbedekking. In dat opzicht kan je leisteen zien als een duurzame keuze.” In het geval van Verkoelen is leidekken letterlijk een ‘eeuwenoud’ beroep, zegt Maas: “Ons bedrijf bestaat meer dan een eeuw, wij doen dit al 104 jaar.” Het familiebedrijf in Weert is nu een allround dakspecialist voor restauratie, renovatie en onderhoud van zowel platte daken (bitumen en kunststof) als hellende daken (dakpannen, leisteen, zink en koper), vooral in Brabant en Limburg.
ANDERE OMSTANDIGHEDEN, ZELFDE GEREEDSCHAP
Wat er in het beroep van leidekker bovenal veranderd is, zijn de werkomstandigheden. Maas: “Op oude foto’s zie je leidekkers op een plankje aan een dik touw aan de kerktoren hangen om het leien dak te maken, nu werken we natuurlijk met moderne steigers, hoogwerkers en kranen. Maar als je kijkt naar hoe leien worden aangebracht op het dak, in welk verband ze gelegd worden, hoe ze op maat worden gemaakt: dat allemaal is al eeuwenlang vrijwel hetzelfde. Ons gereedschap lijkt nog sterk op het gereedschap dat in de middeleeuwen werd gebruikt. Aan de leihamer is bijvoorbeeld in de afgelopen eeuwen weinig veranderd. Leisteen is een kwetsbaar natuurproduct dat zich niet zonder pardon op een andere manier laat verwerken. Zoals het in de middeleeuwen ging, zo gaat het daarom nu nog steeds. Het product is sturend in de manier waarop het verwerkt wordt. Al honderden jaren.”
WARMTEPOMP
Het werken met leisteen mag dan nagenoeg onveranderd zijn, wat er zich ónder de leien bevindt, is niet te vergelijken met vroegere tijden. “De bouwfysische opbouw van het dak is aangevuld met isolatie en folies. Heel nieuw is dat we warmte-winning onder de lei kunnen aanbrengen. Met een slangensysteem wordt de warmte dan van onder de leisteen gehaald en naar een warmtepomp geleid, en daarmee onderdeel gemaakt van de energiehuishouding van het pand. Warmtepompen halen warmte uit de lucht of de grond, maar kunnen dat ook doen uit de warmte onder de dakbedekking. Dat is een mooie innovatie die we inmiddels bij meerdere projecten hebben toegepast.”
NIEUWE GENERATIE
Om het erfgoed in stand te houden, is het belangrijk dat genoeg jonge mensen voor dit eeuwenoude vak kiezen. “Er zijn weinig jongeren die in de schoolbanken al bedenken dat ze leidekker willen worden”, zegt Maas. “Daar hebben leidekkers-bedrijven zoals wij een grote rol in. We voeren actief campagne om jongeren te enthousiasmeren voor dit vak. Daarbij leggen we contact met scholen en opleidingsinstellingen. We vertellen jonge mensen dat het een mooi vak is, met baanzekerheid en een redelijke mate van vrijheid. Je hebt een bijzonder ambacht waar je trots op kunt zijn, je maakt een dak fantastisch mooi, wat je maakt is bijna kunst.” Tussen de oude medewerkers en de nieuwe aanwas is een verschil in arbeidsethos, ziet Maas. “De jongere generatie werkt liever geen tien uur per dag meer en let goed op de werk-privé-balans. Dat is niet beter of slechter, gewoon anders. Maar wat over de generaties heen niet verandert, is de liefde voor het vak, de passie om echt wat moois te maken.”