Een duizelingwekkende collectie gereedschap in Delft
In het centrum van Delft bevindt zich een opmerkelijk museum: drie verdiepingen met al het denkbare gereedschap uit de twintigste eeuw. Van de loodgieter tot de metselaar en van de timmerman tot de dakdekker: alle ambachten uit de bouw zijn vertegenwoordigd.
Tekst: Nolanda Klunder
Je zou er bijna voorbij lopen. Het Delftse Gereedschap Museum Mensert, gevestigd in een gerenoveerde en opgetopte voormalige bierbrouwerij, valt met zijn eenvoudige gevel nauwelijks op. Eenmaal binnen valt de bezoeker echter van de ene in de andere verbazing. Het museum vertoont duizelingwekkende hoeveelheden gereedschap en bouwbenodigdheden.
Alles wat de timmerman, loodgieter, metselaar, elektricien, kuiper en dakdekker in de vorige eeuw bij zijn werkzaamheden nodig had, is hier zorgvuldig verzameld en uitgestald.
SINDS 1992
Het museum opende in 1992 zijn deuren ter ere van het 100-jarig bestaan van aannemersbedrijf Gebroeders Mensert, maar heeft sindsdien een metamorfose ondergaan. Initiatiefnemer en conservator Willem Mensert, vierde generatie in het familiebedrijf, vertelt: “We hadden zo veel materiaal verzameld, dat het museum overvol was. Het was compleet maar minder
aantrekkelijk. We kregen het advies om een selectie te maken en het gereedschap te tonen in de vorm van diorama’s: de werkplaats van de loodgieter, de werkplaats van de timmerman, en zo verder. Dat is de huidige vorm van het museum.”
VIER GENERATIES
De collectie gaat terug tot de grondlegger van het familiebedrijf, Willems overgrootvader Piet Mensert, timmerman van beroep. Zijn zonen specialiseerden zich als timmerman, metselaar en loodgieter, en met die drie beroepen was het aannemersbedrijf een feit. Het bedrijf ging over van vaders op zonen, tot en met de generatie van Willem en zijn twee broers. “Daarbij had ik een voorliefde voor het restaureren van oude panden. Werd er iets gesloopt, dan nam ik het hang- en sluitwerk mee naar huis. Bij een andere restauratie kon ik dan authentieke deurkrukken, schakelaars of spanjoletten plaatsen. Maar de voorraad ging nooit op. Zo is de verzameling hang- en sluitwerk ontstaan. ” Maar dat was niet het enige dat hij verzamelde. “Bij mijn opa en daarna bij mijn vader stonden altijd kisten met geweldig gereedschap in de werkplaats. Als in vroeger tijden een timmerman overleed en zijn weduwe geld nodig had, dan verkocht ze de kist aan de aannemer. Als jongen ging ik daarin zitten snuffelen en mocht ik er dingen uit pakken. Zo kreeg ik in de loop van mijn leven een enorme verzameling. Ik doe nooit iets weg, want alles kan nog van pas komen.”
BONTE VERZAMELING
Het museum in huidige vorm beslaat 350 vierkante meter, over drie verdiepingen. Op de verdieping bij de entree treft de bezoeker de diorama’s aan met een werkplaats van de loodgieter, de timmerman, de metselaar en de elektricien. Op de andere verdiepingen vinden we dan nog een zaal gewijd aan de schilder (inclusief het ambacht van de glas-in-loodzetter), een zaal over bierbrouwerijen (vanwege de historie van het pand) en vitrines vol met alle denkbare vormen van gereedschap, zoals boren, compressors, doe-het-zelfgereedschap, schaven en waterpassen, maar we zien ook bijvoorbeeld handgemaakt speelgoed, reclameposters en volledige gereedschapskisten uit vroeger tijden. En natuurlijk is er een bonte verzameling hang- en sluitwerk, met als hoogtepunt een sierlijk slot uit 1714
DAKPANNEN EN TROTSEERLOODJES
Maar wij komen voor de afdeling dakdekken. Direct naast de entree is een muur gewijd aan dakpannen. “Ik toon hier de meest voorkomende Nederlandse dakpannen, in het magazijn heb ik er nog honderden.” De bezoeker ziet de Oegstgeester of beverstaartpan (“Nog maar 1 dak in Delft is hiermee gedekt”), Friese pannen, de Lucas IJsbrandpan, kruispannen, gesmoorde dakpannen (blauw gekleurd doordat de gebakken pan in de oven blijft zonder zuurstof), mansardedakpannen, zelfs een dakpan van rubber. Er zijn nokvorsten, leipannen, gevelornamenten en een collectie trotseerloodjes. Willem Mensert is timmerman en metselaar geweest, maar ook over dakpannen kan hij alles vertellen. Opvallend zijn de glazen dakpannen. “Door de ammoniakdampen kan je op een boerderij geen ramen met gietijzer plaatsen want dat gaat roesten, dus dan plaatste je zo’n glazen dakpan.” Hij heeft verschillende vormen van de glazen dakpan. De vroegste waren niet volledig van glas maar bestonden uit een normale pan met een klein ruitje erin. Naast de dakpannen is de werkplaats van de loodgieter nagebouwd, met een mooie collectie gereedschap, stortbakken, geisers, zinken goten, vergaarbakken voor
hemelwater, plus een zetbank om buizen op te walsen.
HET PLATTE DAK
In de museumzalen is maar een deel van de collectie uitgestald. In de imposante verzameling van Mensert bevindt zich bijvoorbeeld ook een grote hoeveelheid lesboeken, brochures en ander drukwerk. Met zo’n goedgevuld magazijn durven we te vragen of er ook iets is over het platte dak. Speciaal voor Roofs zoekt Mensert materialen voor het platte dak uit het depot bij elkaar en plaatst ze in een diorama: een ketel uit de tijd dat bitumen nog vloeibaar werd verwerkt (“Opmerkelijk bij dit exemplaar is dat er geen tuut aan zit om de pek goed uit te gieten. Bekender zijn de ketels met een kraan”) en de trekker of bitumenspaan om het daarna gelijkmatig over het dak te verdelen. Om het beeld compleet te maken komen daar een oude brandblusser en de benodigdheden voor de kachel onder de ketel bij. Voor iedereen die interesse in de bouwwereld heeft,
is dit museum een aanrader. Wordt het druk bezocht? Mensert: “Gewoonlijk is het vrij rustig, tien, misschien twintig man per zaterdag. Maar tijdens Open Monumentendag komen er wel vierhonderd. En iedereen is verrast. Van tevoren denken bezoekers in een half uur klaar te zijn, maar dat lukt niemand. Reken anderhalf uur tot twee uur om alles in dit museum te bekijken. Er is hier zo veel te zien."
GEREEDSCHAP MUSEUM MENSERT
Drie Akersstraat 9 in Delft. Openingstijden: elke eerste zaterdag van de maand 11:00-17:00, en op afspraak.
Telefoonnummer: 015-2190092.