Klant vraagt naar branderloos dakdekken
Branderloos dakdekken lijkt meer en meer de norm, maar de weersgevoeligheid is nog wel een puntje. En hoe zit het met lekkages? Hoe je het ook wendt of keert: het is nog niet gedaan met het branden, vertelt dakdekker Max Kwantes van Patina.
Tekst: Gerard Vos
Max Kwantes is Manager Duurzaamheid en Innovatie bij Patina. Voor het 250 man tellende bedrijf uit Beverwijk is de circulaire economie een belangrijk uitgangspunt. En daar hoort het verminderen van CO2 uitstoot bij. En dan kom je als dakdekker al snel uit bij bitumen plakken of föhnen.
GELD BESPAREN
Circulariteit en dakdekken is best een goede combinatie, vertelt Kwantes. “Wij zijn jaren geleden al begonnen met het in kaart brengen van de grondstoffenstromen in onze organisatie. Wij scheiden inmiddels twintig soorten grondstoffen zoals bitumen, isolatiematerialen, hout, drie soorten puin, plastic en papier. Daar worden weer grondstoffen van gemaakt. Voordeel hierbij is dat we aanzienlijk minder stortkosten hebben en daarmee besparen we veel geld.“ (Zie ook het kader Circulaire
bitumen.) Patina heeft bekeken waar de meeste CO2-uitstoot plaatsvindt, vertelt Kwantes. “Dat zit hem voor een groot deel in het transport en het gasverbruik voor het dakdekken. Door elektrisch te gaan rijden hebben we een deel van de uitstoot teruggedrongen. Vervolgens hebben we naar ons gasverbruik gekeken. Om dit te reduceren zijn we aan de slag gegaan met zelfklevende bitumen en verlijming. Dat betekent overigens niet dat branders daarmee overbodig zijn. Je hebt altijd branders nodig om het dak droog te maken. Daarnaast zijn we begonnen met elektrisch branden.”
BRANDVEILIG EN DUURZAAM
Tot aan de jaren zeventig werd als dakbedekking veelal mastiek gebruikt. Een mengsel van koolteerpek, zand en een vulstof. Het werd in rollen aangeleverd en met vloeibare pek werden de rollen aan elkaar gelijmd. “Dan ging je echt nog aan de gang met de ketel en vloeibare bitumen en de gieter. Niet echt het beste voor het milieu. Daarna kwam de gasbrander.” De gasbrander is eigenlijk een prima oplossing; alleen voor de brandveiligheid en duurzaamheid is het niet oké i.v.m. open vuur bij renovaties of houten gebouwen en bij de toepassing op smeltend isolatiemateriaal. Bij branden verkleef je alles en kun je de delen moeilijker scheiden van elkaar bij de demontage voor hergebruik. Branderloos dakdekken is een veilige methode waarbij geen open vuur wordt gebruikt. Dit is ideaal op locaties waar brandgevaar bestaat of waar werken met een brander verboden is. Bij Patina is de duurzaamheid een voorname reden voor de overstap naar losmaakbare daken.”Een los
maakbaar dak is altijd tweelaags. De tweede laag brand je op een losliggende rol met een polyestervlies. Kwantes: “We zien de laatste jaren een tendens dat er meer vraag is naar duurzame oplossingen. Vanuit onze klanten kwam de vraag of we niet minder CO2 konden uitstoten. Want de CO2-uitstoot van het branden telt ook mee bij het totale CO2-plaatje bij nieuwbouw of bestaande bouw. Dit heeft ervoor gezorgd dat we die vraag neer hebben gelegd bij de fabrikanten om te zien of ze met een alternatief voor het branden konden komen.”
ZELFKLEVENDE OPLOSSINGEN
En al snel kwamen er pasta’s en zelfklevende oplossingen in beeld. Kwantes: “Het zelfkleven heeft als nadeel dat het weergevoelig is. Ik zeg altijd: een sticker plak je niet in het water, want dan plakt die niet. Als het vochtig is of de temperatuur is niet goed, kun je het niet goed plakken.” Een zelfklevende rol die het hele jaar door aangebracht kan worden, is dan ook een illusie. “Maar de ontwikkelingen gaan door. We zijn nu met onze fabrikanten aan het kijken hoe je met zo min mogelijk energie een rol kunt aanbrengen. En daarin denken ze goed mee. Er is natuurlijk ook een verschil in de kwaliteit van de rollen. Wil je een dak maken dat tien jaar waterdicht moet zijn, dan kies je een lichtere rol dan wanneer het dertig jaar waterdicht moet zijn.”
FLINKE ACCU’S
Het overgrote deel van de projecten gebeurt nog met de brander. De zelfklevende rol maakt een voorzichtige opmars binnen Patina. “We gebruikten de föhn al langer voor EPDM en andere kunststoffen bij een bepaalde temperatuur. Tegenwoordig kunnen we ook met een elektrische föhn de juiste temperatuur voor bitumen halen.” “Dat heeft natuurlijk veel voordelen. Naast het feit dat je geen gas meer verbruikt, stoot je ook geen CO2 meer uit bij het aanbrengen. Daarnaast heb je de PGS 15, (Opslag gevaarlijke stoffen in verpakking, red.) niet meer nodig. Verder zijn de transportnormen niet meer van
toepassing, want je hoeft geen gas meer te vervoeren.” “Voor de föhn zetten we accupacks in. Je hebt flinke accu’s nodig om dezelfde energie als uit een gasfles te halen, maar de ontwikkelingen met de accu’s gaan razendsnel. Die worden alsmaar beter. Accupacks kunnen straks de gasfles gaan vervangen.” Nadelen zijn er ook, schetst Kwantes. “Vanwege de netcongestie kun je niet overal accu’s opladen. Je neemt volle accu’s mee, maar als je ze moet opladen is groene stroom niet altijd voorhanden. Maar dat zie ik als een tijdelijk probleem.” Zelfklevend is nog niet het ei van Columbus, vertelt Kwantes tot slot. “We gaan nu de testfase door met elektrisch verkleven. Dat bevalt prima. Het streven is om dit het hele jaar door te kunnen doen. Het gaat stapje voor stapje.”
CIRCULAIRE BITUMEN
Patina zamelt al het afval van hun daken in van platte en hellende daken tot multifunctionele daken. Als je bitumen circulair kunt maken, dan is dat een perfect product, vertelt Max Kwantes. “We halen bitumen uit ons afval en slaan dit op. Echt schone bitumen vertegenwoordigt een waarde. In Capelle aan den IJssel staat bij Erdo een recyclingmachine. Onze snijresten worden gebruikt voor de productie van nieuwe dakrollen van Wédéflex. Met deze recyclinginstallatie wordt de footprint van bitumen daken aanzienlijk verkleind.”