“Een multifunctioneel dak vraagt om teamwork.”
Het platte dak fungeert in toenemende mate als waterbuffer, energieplatform, daktuin, terras of verblijfsruimte. We vragen steeds meer van een dak. In veel projecten komen deze kwaliteiten allemaal samen. Volgens Laurens van Wylick, directeur van Van Wylick ISOMIX, ligt daar een groeiende uitdaging voor de sector: hoe maak je multifunctionele daken betrouwbaar, uitvoerbaar én toekomstbestendig?
VAN MERKFOCUS NAAR BEDRIJFSVERHAAL
Van Wylick is al decennialang actief in de dakwereld. De laatste jaren verschoof de aandacht bij het familiebedrijf van het ‘leveren van een oplossing’ naar ‘procesbeheersing’: eerder aan tafel, meer afstemming tussen partijen en betere borging van kwaliteit. “Als het dak alleen maar waterdicht moet zijn, is het allemaal een stuk eenvoudiger,” zegt hij. “Maar dat tijdperk is voorbij. Er komt altijd iets extra’s op dat dak. Dan biedt dat een bouwteam de kans om op een moderne, slimme manier samen te werken.” Sinds 2019 profileert het bedrijf zich nadrukkelijker onder de naam ISOMIX. Die stap was bedoeld om herkenbaarheid te creëren in een markt waar veel partijen vooral op productniveau denken. “We hebben enorm ingezet op de naam. De markt mag weten wie wij zijn” vertelt Van Wylick. Tegelijkertijd werd voor hem duidelijk dat productbekendheid alleen niet voldoende is. Juist bij daken die zwaarder belast worden door water, groen, installaties en gebruik gaat het minder om het etiket en meer om de samenhang in het bouwproces. “Wij leveren niet alleen. Wij voeren ook uit. Dan ben je afhankelijk van wat er vóór je gebeurt en wat er ná je gebeurt. Dat geldt in principe voor alle partijen binnen de dakkolom.” Daar ligt volgens hem de kiem van frictie: zodra er iets misgaat, belandt de discussie vaak bij de laatste schakel in de keten.
OVERGANGSMOMENTEN
In de plattedakenbranche is een veel voorkomend euvel: bij een lekkage zoekt men snel naar één oorzaak en één verantwoordelijke. Van Wylick ziet geregeld dat de schuldvraag niet aansluit op de werkelijkheid van het bouwproces. “Het dak kan al lek zijn voordat wij beginnen en het kan lek zijn nádat wij klaar zijn. Het is pas waterdicht als de dakbedekking erop ligt,” zegt hij. Volgens hem wringt het vooral bij de overgangsmomenten: voorbereiding van de ondergrond, detaillering rond doorvoeren en opstanden, en de afwerking na de isolerende laag. “De afvoer moet werken. Doorvoeren moeten kloppen. Opstanden moeten goed ingemeten zijn. Dat moet allemaal gebeuren vóórdat wij beginnen,” stelt hij. Hij benadrukt dat dit in theorie logisch is. Theorie en praktijk vloeien echter niet altijd naadloos in elkaar over. Oorzaken: onvoldoende planning, budgetdruk en versnipperde verantwoordelijkheden. “Je ziet partijen autonoom opereren. Terwijl het bij dit soort daken juíst zo belangrijk is om samen te werken, te controleren en communiceren.”
PRIJSDENKEN VERSUS PROCESDENKEN
Van Wylick ziet in de markt een hardnekkige reflex: een project wordt nog te vaak teruggebracht tot vierkante meters en een prijs. “In de markt is het vaak: je moet een prijs geven en that’s it. Maar bij multifunctionele daken mogen we dit anders benaderen,” zegt hij. Hij verbindt die reflex aan de manier waarop rollen traditioneel verdeeld zijn. Aannemers sturen op voortgang en voorspelbaarheid, dakdekkers op uitvoerbaarheid en marge, terwijl ontwerpers vooral kijken naar functie en beeld. Die perspectieven hoeven elkaar niet te bijten, maar vragen volgens hem wél om regie. “De technische details bespreek je met de aannemer,” zegt hij. “En soms zeggen wij tegen de aannemer: je moet met de dakdekker de detailleringen doornemen. De risico’s worden zo in kaart gebracht en deze risico’s komen op deze manier bij de juiste partij te liggen.”
MULTIFUNCTIONELE DAKEN: GEEN HYPE, WEL NIEUWE WERKELIJKHEID
In zijn analyse zijn multifunctionele daken geen trend, maar een structurele verschuiving. Klimaatadaptatie, stedelijke verdichting en regelgeving zorgen ervoor dat daken vaker een extra functie krijgen. “Een dak alleen maar waterdicht maken, dat is niet meer voldoende,” zegt Van Wylick. “Er komt altijd iets extra’s op dat dak. Daarmee verandert ook het risicoprofiel. Meer functies betekent meer belasting, meer details, meer interfaces. En dus meer kans op faalkosten als partijen elkaar te laat vinden.” Van Wylick wijst in dat verband op het belang van de Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen. In de nieuwste versie (2025) zijn multifunctionele daken expliciet opgenomen. Hij ziet dat als een stap richting verdere professionalisering: de sector erkent dat “een dak met functies” andere eisen stelt dan het traditionele, enkel waterdichte dak.
“WIJ BOETSEREN EEN DAK”: OVERMAAKBAARHEID EN ONTWERPVRIJHEID
Van Wylick gebruikt graag een beeld dat iets zegt over zijn kijk op het werk: “Wij boetseren een dak.” Daarmee bedoelt hij dat multifunctionele daken zelden een standaardoplossing toelaten. Het dak wordt eerder een landschap met verschillende zones - retentie, groen, terras, installaties - en elke zone stelt andere eisen aan vlakheid, afschot en detaillering. “We maken een deel vlak, een deel op afschot,” zegt hij. “Soms moet het helemaal vlak, en dan moet daar weer afschot komen, omdat er een terras komt.” Voor ontwerpers is dat een relevante boodschap, omdat het de vertaalslag raakt van ontwerpintentie naar uitvoering: hoe zorg je dat een dak functioneel wordt zonder dat het ontwerp strandt op maakbaarheid?
DE ECHTE BOTTLENECK: AFSTEMMING IN DE KETEN
Wie de toekomst van multifunctionele daken vooral zoekt in nieuwe materialen of slimmere systemen, mist volgens Van Wylick het grotere plaatje. In zijn visie zit de winst vooral in vroegere en betere samenwerking tussen partijen. “Het ideale scenario is dat we die daken met een soort partnership aanvliegen. En dan wel echt vanaf het begin,” zegt hij. In de praktijk komt dat neer op afstemming tussen de belangrijkste uitvoerende disciplines: aannemer, dakdekker, dakhovenier en de partij die de isolerende/onderbouwlaag aanbrengt. “Die vier. Met die moet je het doen,” stelt hij. Van Wylick wil af van de klassieke rolverdeling waarbij een specialist pas laat wordt aangehaakt, wanneer bestek en detaillering al ‘vast’ zitten. “We zijn nu eigenlijk een beetje reactief: een dakdekker vraagt en wij geven een offerte. Vierkante meters, dikte, prijs. Dat is te makkelijk,” zegt hij. Zijn voorkeur gaat uit naar langduriger samenwerking met vaste partners. Niet om de markt te sluiten, maar om kennis, planning en kwaliteit beter op elkaar af te stemmen.
HOOGTES: KLEIN DETAIL, GROTE GEVOLGEN
Een terugkerend pijnpunt is hoogte. Op tekeningen lijkt het beheersbaar; op de bouw blijkt het vaak de bron van conflict. Van Wylick: “Dan zijn wij klaar, en dan begint de aannemer met de dakhovenier over het dak te lopen. Vervolgens zegt die hovenier: ik had toch zoveel hoogte nodig?” Het probleem neemt volgens hem toe door prefabgevels en vaste opstandhoogtes: fouten zijn lastig te repareren als het project al in uitvoering is. “Dan is het wel handig als je dat ontwerpt met een paar centimeter meer,” merkt hij op. ”Dat moet je van tevoren kunnen aftikken. Afstemming en nog eens afstemming. Zo vroeg mogelijk in het bouwproces. Dát is het credo.”
KWALITEITSBORGING
Een ontwikkeling die Van Wylick nadrukkelijk noemt, is kwaliteitsborging. Niet als administratieve laag, maar als manier om verwachtingen, prestaties en verantwoordelijkheden beter vast te leggen, zeker onder de Wet kwaliteitsborging (WKB). “We zijn bezig met een rapportage voor elk project,” zegt hij. “Daarin staat precies wat we gemaakt hebben, welke stappen we hebben gezet, wat de drukvastheid is, waar de vochtsensor zit… Je moet de uitvoering minder afhankelijk maken van interpretaties achteraf. Standaardiseren, objectiveren, aantoonbaar maken.”
DUURZAAMHEID
Van Wylick koppelt de transitie naar multifunctionele daken ook aan duurzaamheid. Ook die van de toeleveranciers en uitvoerende partijen. “Ons bedrijf staat in de milieudatabase met een MKI-score. Je moet echter voorzichtig zijn met grote claims”, merkt hij op. Tegelijkertijd schetst hij een duidelijke investeringsrichting: elektrificatie van materieel en wagenpark, meer eigen energieopwekking en opslag. “We moeten investeren in elektrische vrachtwagens, elektrische Isomixers… meer zonnepanelen, batterijen.” Daarnaast experimenteert Van Wylick Isomix met een energiedakconcept waarin warmte uit het dak wordt benut voor een warmtepomp. “Die warmte gebruiken we voor de warmtepomp. Die maakt het hele gebouw warm,” zegt hij. “Als onderdeel van de bouwketen wordt wat duurzaamheid betreft ook steeds meer gekeken naar toeleveranciers.”
KNIPPEN EN PLAKKEN
Aan het eind van het gesprek komt Van Wylick terug bij wat hij ziet als de kern: multifunctionele daken vragen om maatwerk, maar ook om discipline. In het ontwerp komen soms keuzes terecht die in uitvoering meer maatwerk vragen dan vooraf zichtbaar is. En elk dak is anders. Multifunctionele daken zijn zo complex dat je die niet zomaar even kunt aanbieden,” zegt hij. Zijn boodschap is daarmee geen pleidooi voor één techniek, maar voor een andere manier van werken: meer samenwerken, eerder afstemmen, verantwoordelijkheden explicieter maken en kwaliteit aantoonbaar borgen. Of, zoals hij het zelf samenvat: Een multifunctioneel dak is geen product, maar het eindresultaat van samenwerking, vakmanschap en regie.