Roofs 2026-02-20 De gebouwschil kan veel slimmer

p. 20

“De gebouwschil kan veel slimmer”       

In deze rubriek laat Roofs personen van binnen en buiten de dakenbranche aan het woord. De insteek is om de visie en de persoon achter die visie voor het voetlicht te brengen.

 (Tekst: Nolanda Klunder)

“In de bouwsector kunnen we veel meer dan we denken”, zegt Andy van den Dobbelsteen. Als hoogleraar Climate Design & Sustainability aan de Technische Universiteit Delft doet hij onderzoek naar het energiegebruik en andere duurzame aspecten van gebouwontwerp. Hij ziet dat de technische mogelijkheden groot zijn, maar het beleid achterloopt.

MEER DAN WE DENKEN

“De verduurzaming van de bouwsector gaat de goede kant op, maar niet snel genoeg”, zegt Van den Dobbelsteen. “Nederland kán al energieneutraal 
bouwen en aardig wat bouwers doen het ook, maar in de regelgeving is het nog niet vereist. Het gevolg: de ontwikkeling blijft hangen in bijna energieneutraal. Daarbij gebruiken gebouwen dus nog steeds energie. De BENG had allang ENG moeten zijn. Waar wachten we  op?” Een andere mooie gestage beweging is de opkomst van biobased materialen, ziet Van den Dobbelsteen. “Dat kan samengaan met een groene economie en het afbouwen van de veeteelt. Er wordt nu gesproken over het uitkopen van boerenbedrijven, maar in plaats daarvan kan je ze ook transformeren en goede perspectieven bieden in het telen van gewassen voor biobased materialen. Natuurlijk vergt dat moeite, maar het kan absoluut.” Hij vervolgt: “We kunnen veel meer dan we denken. Voorlopers zijn inmiddels ver in circulair, energieneutraal en natuurinclusief bouwen. Maar als iets niet vereist is, dan doet de meerderheid het niet. Afgelopen jaren hadden we zelfs het rare fenomeen dat de bouw aan de minister ging vertellen dat zij de eisen niet terug moest schroeven. Kortom: we zijn op de goede weg, er kan steeds meer, maar de ontwikkelingen gaan wat mij betreft te langzaam.

STAD ALS ECOSYSTEEM

Een van de speerpunten van Van den Dobbelsteens onderzoek is de opvatting dat steden zouden moeten functioneren als een ecosysteem. “Een stad is eigenlijk één groot organisme. Gebouwen kunnen meer samenwerken met elkaar of met de omgeving. Je kunt bijvoorbeeld de restwarmte van koelprocessen gebruiken om andere gebouwen te verwarmen, al dan niet met tussentijdse opslag in de bodem. Als ergens iets gesloopt of gerenoveerd wordt, kan het materiaal ingezet worden bij een project in de omgeving. Dat gebeurt steeds vaker, maar het is nog geen beleid. Een stad kan een superorganisme vormen dat zichzelf draaiend kan houden. Nu zijn steden grotendeels afhankelijk van toevoer van buiten als het gaat om water, voedsel en energie, maar dat kan veel efficiënter. Je kunt bijvoorbeeld voedsel in de stad produceren met vertical farming en met de warmte die daarbij vrijkomt de huizen in de omgeving verwarmen. Op hun beurt kunnen afvalstromen van die andere gebouwen nutriënten leveren voor de voedselteelt. Dergelijke vernieuwingen kunnen worden ingevoerd bij nieuwbouw, maar beslist ook bij transformatie van bestaande bouw.”

KAS OP DAK

Daken bieden binnen dat ecosysteem heel veel mogelijkheden. “Optoppen voor extra gebruiksruimte, voorzien van zonnepanelen, er groen op aanbrengen voor de biodiversiteit, gebruiken om hemelwater op te vangen, noem maar op. Wat ook een mooie optie is: zet een kas op het dak om voedsel in te verbouwen. Gebruik afvalwater van het gebouw eronder voor de irrigatie en blaas lucht uit de ventilatie van het gebouw de kas in: ventilatielucht zit vol CO2, en dat is precies wat planten nodig hebben. Benut daarbij de kas als zonnecollector, die warmte levert aan het gebouw. Zo 
krijg je één grote synergie.”

BIOMIMIEK

Niet alleen het dak, de gehele gebouwschil heeft meer mogelijkheden dan nu meestal benut worden, benadrukt Van den Dobbelsteen. “De gebouwschil kan veel slimmer, interactiever, groener en productiever voor energie. Er wordt op dat gebied steeds meer geëxperimenteerd. We gaan zien dat de gebouwschil allerlei functies zal krijgen. Dat is een kwestie van gezond verstand. In de natuur heeft geen enkele huid maar één functie. Onze huid zorgt voor sensitiviteit, verdamping en afkoeling (dankzij die verdamping), weerstand tegen invloeden van buitenaf en het tegenhouden van neerslag. En dat is alleen nog maar de mensenhuid. Er zijn dieren met allerlei intelligente functies in hun huid zoals energieregulering, bevestiging aan oppervlakken en sensibiliteit voor water en voedsel.” Biomimiek wordt vaak geïnterpreteerd als ‘het nabootsen van vormen in de natuur’, maar veel belangrijker is het om de principes die achter slimme natuurlijke systemen zitten, te vertalen in technische verbeteringen van onze gebouwen, zegt  Van den Dobbelsteen. “Bij het ontwerpen van de gebouwschil kunnen we nog veel leren van natuurlijke systemen die werken met groen, neerslag, zon, warmte en kou. Ik noem dat biomimetisch ontwerpen.”

DE AARDE DIENEN

De afgelopen vijf jaar was Van den Dobbelsteen coördinator van het duurzaamheidsbeleid van de TU. In die rol werkte hij vooruitstrevend aan verduurzaming van de universiteit, met onder meer energiepositieve nieuwbouw, circulaire inkoop en grotendeels plantaardige catering op de campus. Het leverde hem de titel MVO-manager van het Jaar 2023 op. Waarom zet Van den Dobbelsteen zich zo in voor duurzaamheid? “Dat heeft te maken met het besef dat wat wij als mensen hier op aarde doen, veel invloed heeft. Als kind logeerde ik vaak bij mijn opa en oma, die me tijdens wandelingen door de bossen en werken in hun moestuin lieten zien hoe belangrijk het is dat wij goed zorgen voor de natuur en onze nalatenschap op aarde. Ik zie dat wij iets nuttigs kunnen doen, de aarde dienen. Ik kan niet werken in een functie waarin ik niets bijdraag aan de wereld.” Er zijn positieve ontwikkelingen, ziet hij. “Dankzij het verdrag van Rio 1992 is de ozonlaag niet verder aangetast en kunnen we naar buiten zonder zonnehoeden en parasols. Door gezamenlijke inspanning zijn onze rivieren schoner zodat de zalm en steur zijn teruggekeerd. Maar er gaat nog veel mis, denk aan de CO2 uitstoot, de kap van bossen voor de teelt van veevoer, de aantasting van biodiversiteit. De leefkwaliteit in veel steden is beter maar nog niet optimaal, door fijnstof van auto’s en andere verbrandingsprocessen zoals haard en vuurwerk en door de uitstoot van industrieën. We kunnen de kwaliteit van leven nog steeds verbeteren. Alles wat in de gebouwde omgeving gebeurt, is daar instrumenteel voor.” Zijn boodschap aan de dakenbranche is ondubbelzinnig: “Doe meer met het dak. Laat het niet alleen de plek zijn voor installaties en de afscherming van kou en regen. Blijf actief in het zoeken naar functies: kan een dak intelligent warmte en kou uitwisselen, kan het werken als zonnecollector? Kan het biotopen bieden die door de bouw ter plekke zijn verdwenen? Ingezet worden als productievlak? Leefruimte bieden voor mensen? Zet creativiteit voorop om te ontdekken wat er allemaal mogelijk is.”

Andy van den Dobbelsteen in zeven vragen:

Wat heb je zelf voor dak? Ik woon in een huis uit 1910 met een plat dak met bitumen en zestien zonnepanelen. Vanwege die zonnepanelen laten we 
het dak nog even onveranderd, maar voor de toekomst overweeg ik een groen dak of witte dakbedekking.

Met wie woon je? Met mijn vriendin en onze zoon van twee jaar.

Wat doe je als je niet werkt? Elke maandag is papadag. Verder maak ik graag uitstapjes, schrijf ik boeken, werk ik aan scripts voor filmpjes en sta ik op podia om mijn boodschap uit te dragen. Ook werk, maar erg leuk.

Wat is je favoriete stad? Ik hou van veel steden, maar als ik er één moet kiezen: Utrecht, vanwege de mooie en levendige historische binnenstad.

Wat is je favoriete gebouw of architect? Mijn favoriete gebouw is Forum van NL Architecten in Groningen, een iconisch pand dat erg goed ingepast 
is in de binnenstad, ook functioneel, met een duizelingwekkend interieur en prachtig panoramadak. Nog mooier was het geweest als het steenachtige panoramadak een dakpark was geweest, en als de gevel bedekt was geweest met (Nederlandse) verticale zonnepanelen in steenkleur in plaats van natuurstenen platen.

Wat is voor jou het ultieme dak? Een dak dat alle functies combineert: een duurzaam groen-blauw dakpark met een dakterras onder een luifel met daarop zonnepanelen. 

Waar ben je in je werk het meest trots op? Ten eerste op de drie teams die ik heb begeleid bij de internationale Solar Decathlon-competitie. De laatste van de drie had een plan voor optopping van een portiekflat en dat heeft veel in beweging gezet. Tentweede op mijn aanjagende duurzaamheidswerk op de TU Delft. En ten derde op de creatieve klussen  zoals mijn twee korte films met Hans de Jonge van OculusFilm (‘Energieslaven’ en ‘Klimaatstrijders’, allebei te zien op YouTube).

Deel dit artikel

AI Assistent Stel je vraag

AI Assistent

Online

👋

Welkom bij de AI Assistent!

Stel me vragen over dakdekken, isolatie, materialen en meer. Ik help je graag verder!

Probeer bijvoorbeeld:

0/500 Druk op Enter om te versturen