Roofs 2026-07-81 Sociale veiligheid in de bouw: mag je nog wel grappen maken?
Sociale veiligheid in de bouw: mag je nog wel grappen maken?
Bijnamen, sterke verhalen en grappen die nét over het randje gaan. Op de bouwplaats komen ze regelmatig voor. Nieuwelingen op pad sturen voor een plintentrapje of luchtankers, je collega ‘lange’, ‘schele’ of ‘rooie’ noemen… Is dit bouwhumor of is het pestgedrag?
Gideon Verhoeven, Bestuurslid SVGO – Gaan in de Bouw
Van oudsher horen een directe cultuur en stevige humor bij de bouwsector. Tegelijkertijd wil je binnen die cultuur een fijne werkomgeving creëren, waar iedereen zich veilig en prettig voelt. Zeker nu de sector steeds diverser wordt. Hoe zorg je ervoor dat iedereen zich sociaal veilig voelt én dat medewerkers tegelijkertijd een grapje met elkaar kunnen blijven maken?
Met alle aandacht die er tegenwoordig is voor sociale veiligheid, slaan we naar mijn idee soms de plank mis. Bepaalde woorden, grappen of uitspraken ‘cancellen’ heeft lang niet altijd nut. Als we sociale veiligheid objectief proberen te maken, gaan we namelijk voorbij aan het feit dat sociale veiligheid een gevoel is. En dus zelden objectief. Want waar je een grap van de ene collega waarschijnlijk heel goed kunt hebben, kan diezelfde grap je wél kwetsen als hij uit de mond van een andere collega komt. Dat heeft niet alleen te maken met wát iemand zegt, maar vooral met de onderlinge relatie tussen twee mensen: voel je je gesteund, gerespecteerd en gewaardeerd door degene die de grap maakt? Sociale veiligheid zit daarmee niet alleen in de woorden die iemand uitspreekt of het gedrag dat iemand laat zien. Het zit misschien nog wel sterker in de sfeer, het vertrouwen en de onderlinge verbinding binnen (bouw)teams. Dit is relevant binnen alle teams, maar kan nog
belangrijker zijn bij zij-instromers.
Anders dan jonge BBL’ers brengen zij al een arbeidsverleden, gewoontes, normen en waarden mee. Daardoor kan de bouwcultuur – of specifieker: de cultuur binnen jouw bedrijf – soms botsen met wat zij gewend zijn. Hoe ga je daarmee om? Mag er dan geen enkele grap meer gemaakt worden? Of moet een zij-instromer alles maar pikken? De beste manier om hiermee om te gaan, begint volgens mij met communicatie. Práát erover met elkaar. Als werkgever moet je een veilige omgeving creëren waarin vertrouwen centraal staat en mensen elkaar durven aan te spreken op hun gedrag. Een werkgever die daar vandaag de dag geen rekening mee houdt, niet meebeweegt met maatschappelijke ontwikkelingen en niet inspeelt op veranderende denkbeelden bij nieuwe generaties, kan zowel jonge mensen als zij-instromers afstoten. En dat is jammer in onze toch al krappe arbeidsmarkt. Maar meebewegen met deze ontwikkelingen doe je niet door alles te verbieden op de bouwplaats. Meebewegen doe je door te praten. Waarbij voelen mensen zich prettig? Waar ligt voor hen de grens? Wat kan wel en niet?
Maak omgangsvormen, normen en waarden bespreekbaar en blijf in gesprek. Bepaal sámen waar je je goed bij voelt. En neem het serieus als iemand zijn of haar grenzen aangeeft. Werkt dit dan voor iedereen? Helaas niet. Niet iedere (zij-)instromer past bij iedere organisatie en andersom. De uitdaging is daarom om er samen achter te komen of je naar elkaar toe kunt bewegen. Ook hier geldt: maak het bespreekbaar. Dit proces alleen al draagt bij aan het onderlinge vertrouwen. En met een basis van onderling vertrouwen kun je samen bekijken: welke bijnaam of grap kan en waar gaat het écht te ver? Een sociaal veilige bouwplaats hoeft geen plek te zijn waar niemand meer een lompe grap maakt. Het moet vooral een plek zijn waar iedereen weet dat er achter die grap een collega staat die voor je klaarstaat.