Met integrale samenwerking natuurpositief bouwen
De bouwsector heeft een grote impact op de natuur. Met natuurinclusieve maatregelen zoals groendaken kan de schade beperkt of geminimaliseerd worden, maar de vraag is daarbij vaak hoe kosten en baten tegen elkaar opwegen. Biodiversiteitsadviseur Daan Reith (Heijmans) legt uit hoe integrale samenwerking kosten en baten in evenwicht kan brengen.
Tekst: Nolanda Klunder
Met kwalitatief goede groendaken kunnen we als dakenbranche de biodiversiteit ondersteunen. Dat is belangrijk, want de bouwsector heeft een grote impact op de natuur, door onder meer CO2-uitstoot, mogelijke vervuiling van bodem en water en landverandering. Landverandering houdt bijvoorbeeld in dat natuur of akkerland omgezet wordt in een woonwijk of weg. “Juist daarin ligt een kans om positief bij te dragen, door minder land negatief te veranderen of land om te zetten in natuur”, zegt Daan Reith, adviseur biodiversiteit bij bouwbedrijf Heijmans. “Dat kunnen we doen door natuurpositief te bouwen. Dus niet natuurinclusief, maar een stap verder: bij een bouwproject zorg je ervoor dat je onderaan de streep meer geeft dan neemt.”
BIODIVERSITEITSSTRATEGIE
Als we willen begrijpen hoe een bouwproject een positieve impact op de natuur kan hebben, is Reith de aangewezen gesprekspartner. Heijmans heeft als een van de eerste bouwbedrijven een concrete biodiversiteitsstrategie gevormd om actief bij te dragen aan het herstel van ecosystemen. Reith licht toe: “In ons biodiversiteitsbeleid richten we ons er allereerst op om de negatieve impact van onze projecten op de biodiversiteit te verminderen en verantwoord te leunen op de diensten die de natuur ons levert, zoals water en natuurlijke bouwmaterialen. Maar we gaan verder. Voor de komende jaren hebben we twee concrete doelstellingen voor onze materiële projecten, projecten waarbij we een activiteit uitvoeren die potentieel impact heeft op de biodiversiteit. Ten eerste: we werken er richting 2030 naartoe dat elk materieel project onderaan de streep netto-oppervlakte voor natuur toevoegt, zowel horizontaal als verticaal. Bijvoorbeeld met groendaken en groene gevels, of het vergroenen van geluidswallen. Zo kan je de hoogte gebruiken om meer oppervlakte voor natuur te creëren. Diversiteit van het oppervlak is ook belangrijk. Daarom is er een tweede doelstelling bepaald: vanaf 2030 draagt elk materieel project bij aan de toename van soortenrijkdom door middel van het toevoegen van biotopen. Biotopen zijn voor ons landschapselementen als een boom, poel, heg, groene gevel of kwalitatief hoogwaardig groendak.”
KOSTEN EN BATEN
Maar aan groen hangt soms een prijskaartje. “Ecosystemen voegen heel veel toe”, reageert Reith. “Elke euro die je investeert in de natuur komt 4 tot 38 keer terug in maatschappelijke waarde, in de vorm van fysiek en mentaal welzijn van omwonenden en weerbaarheid van de buurt voor hogere temperaturen en wateroverlast. Groen zorgt voor schonere lucht, CO2-opslag en een toename van de biodiversiteit. Een groendak kan er bijvoorbeeld ook voor zorgen dat je zonnepanelen beter renderen. De baten van groen liggen op allerlei gebieden. Het lastige is alleen dat degenen die bij bouwprojecten de kosten dragen, vaak niet alle baten krijgen. Een voorbeeld. Een projectontwikkelaar legt een woonwijk aan met natuurpositieve maatregelen zoals groendaken. De bewoners van een verzorgingstehuis tegenover die woonwijk ervaren vervolgens positieve gezondheidseffecten door het groen, door de schonere lucht en door minder wateroverlast. Om natuurpositieve keuzes te implementeren, zou je dus alle partijen die daar baat van kunnen hebben bij je project willen betrekken.”
INTEGRAAL SAMENWERKEN
“Wat we soms zien is dat er bij de opdrachtgever vertegenwoordigers van slechts één beleidsveld aan tafel zitten”, vervolgt Reith. “Bij woningbouw is dat degene die over de woningnood in de betreffende gemeente gaat. Maar die is vaak niet verantwoordelijk voor waterhuishouding, welzijn of natuur. Als degenen die over die andere onderwerpen gaan, mee komen praten en het budget meebrengen dat zij voor hun doelstellingen hebben, dan kunnen we efficiënte en integrale oplossingen vinden. Het geld en de wil zijn er namelijk vaak wel, maar zitten meestal verspreid over verschillende partijen binnen onze opdrachtgever. Daar komt langzamerhand gelukkig meer oog voor. Bij gebiedsontwikkeling zie je steeds vaker dat de integrale benadering deel wordt van de uitvraag.”
EFFECT METEN
Of een project inderdaad natuurpositief is, is tot op zekere hoogte meetbaar. Reith legt uit: “Wij kunnen biodiversiteit meten langs drie assen. Ten eerste met akoestische monitoring. We nemen geluid op van bijvoorbeeld vogels en monitoren met AI-herkenning het aantal vogels voor, tijdens en na de bouw. De microfoon zit in de BioBuddy, een soort digitale ecoloog, met daarin ook een wildlife-camera die met AI-beeldherkenning soorten kan herkennen. De tweede manier is nog in ontwikkeling: met data-analyse van drone en satellietbeelden en LiDAR (meettechniek met laserstralen) kunnen we uitlezen hoe het met een gebied gaat. Als derde hebben we zelf een team van tien ecologen in huis, die ook alle projecten bekijken. En dan is er nog een vierde manier in ontwikkeling, namelijk het inzetten van E-DNA. Dat houdt in dat je DNA sporen onderzoekt om te zien welke dieren er bijvoorbeeld in of bij een poel zijn geweest.”
NATUURHERSTELWET
In 2024 heeft de Europese Unie de Natuurherstelwet aangenomen, die de lidstaten verplicht om maatregelen te nemen om hun aangetaste ecosystemen te herstellen. Volgens de wet moeten de lidstaten tegen 2030 herstelmaatregelen invoeren op 20% van hun land en zeegebieden, waarbij in 2050 dit voor allé aangetaste ecosystemen geldt. Nederland moet in september 2026 aangeven welke concrete maatregelen we gaan nemen om die doelstellingen te halen, onder meer op het gebied van water, bos en landbouw. Artikel 8 van de Natuurherstelwet gaat over groen in stedelijk gebied. In 2030 mag er in steden niet minder groen oppervlak en niet minder boomkroonbedekking ( het percentage grondoppervlak dat onder bladeren en takken zit als je vanuit de lucht kijkt ) zijn dan in peiljaar 2024. Vanaf januari 2031 moeten stedelijk groen, boomkroonbedekking en stedelijke ecosysteemdiensten een toenemende trend laten zien. “Dit betekent een enorme verandering, maar ook een enorme kans voor de bouwsector”, zegt Reith. “Als ‘makers van de gezonde leefomgeving’ willen we bij Heijmans elke plek beter achterlaten dan wij hem aantreffen. Dat geldt voor woonplezier, infrastructuur en welzijn, maar ook voor biodiversiteit, water en klimaat. De Natuurherstelwet is voor de gehele bouwsector een duwtje in de rug om dat meer of nog meer te gaan doen.”
BEWUST MAKEN
“Technisch is er heel veel mogelijk bij natuurpositief bouwen, maar de wil moet er zijn”, besluit Reith. “Die wil is er in theorie wel: ik ben nog nooit iemand, binnen en buiten Heijmans, tegengekomen die tegen de natuur is. Je moet mensen alleen bewust maken van hoe het kan en wat het oplevert. De bouwsector heeft als geen ander impact op de omgeving, want wij veranderen de omgeving fysiek. De Natuurherstelwet is een enorme kans om positieve impact te gaan maken. Laten we die als bouwsector optimaal benutten.”