Stikstofpakket raakt ook het materieel van de dakdekker
Het kabinet wil de bouw met een nieuw stikstofpakket van het stikstofslot halen. Daar staat tegenover dat ook de uitstoot op de bouwplaats verder omlaag moet. Voor de dakdekker wordt stikstof daarmee heel concreet: het raakt uiteindelijk de keuze voor bestelwagen, kraan, hoogwerker, verreiker en aggregaat.
Het kabinet wil met een nieuw stikstofpakket een hardnekkig probleem voor de bouw aanpakken: de vastgelopen vergunningverlening. In oktober gaat een wetsvoorstel met nieuwe stikstofdoelen voor alle sectoren naar de Tweede Kamer. De maatregelen worden vastgelegd in een programma dat voldoende juridische zekerheid moet bieden om de vergunningverlening weer op gang te brengen. Door de stikstofuitstoot aantoonbaar terug te dringen, de natuur te herstellen en tegelijkertijd de regels voor zeer kleine stikstofbijdragen te veranderen, moeten woningbouw, infrastructuur en verduurzamingsprojecten weer gemakkelijker van de grond komen. Voor het totale pakket trekt het kabinet 20 miljard euro uit. Voor de bouw is de aangekondigde rekenkundige ondergrens waarschijnlijk een van de meest directe maatregelen. Nu kan zelfs een zeer kleine berekende stikstofneerslag in een Natura 2000-gebied gevolgen hebben voor de vergunning-verlening. Het kabinet wil zo snel mogelijk een juridisch houdbare ondergrens invoeren. Activiteiten waarvan de berekende stikstofneerslag onder die grens blijft, zouden dan geen natuurvergunning vanwege stikstof meer nodig hebben. Dat kan vooral voor woningbouwprojecten van betekenis zijn. De stikstofuitstoot tijdens de bouw is doorgaans tijdelijk en wordt onder meer veroorzaakt door bouwmaterieel en transport. Het kabinet noemt woningbouw, infrastructuur en projecten voor de energietransitie nadrukkelijk als activiteiten die van de nieuwe aanpak kunnen profiteren.
VOOR WAT HOORT WAT
Een belangrijke kanttekening is dat het kabinet het stikstofprobleem niet alleen met een nieuwe rekengrens wil oplossen. Er moet voldoende daadwerkelijke en juridisch aantoonbare stikstofreductie tegenover staan. Daarom worden maatregelen genomen in landbouw, industrie en mobiliteit en wordt geïnvesteerd in natuurherstel. Voor industrie en mobiliteit wordt voor 2035 een stikstofreductie van 50 procent nagestreefd. Daarnaast stelt het kabinet 250 miljoen euro beschikbaar voor aanvullende stikstofmaatregelen. Daarbij wordt nadrukkelijk gesproken over schonere bouw. Voor bouwers is uiteindelijk vooral van belang of het totale pakket juridisch voldoende stevig blijkt om vergunningverlening daadwerkelijk weer mogelijk te maken. Het kabinet verwacht dat provincies nog in 2026 voor projecten die minder gevoelig zijn voor stikstof weer beweging in de vergunningverlening kunnen krijgen. Het Planbureau voor de Leefomgeving beoordeelt eerst of het totale maatregelenpakket voldoende effect heeft.
WELKE KEUZE MAAKT DE DAKDEKKER?
De beweging naar schoner bouwmaterieel is al langer gaande. Overheden, bouwbedrijven en brancheorganisaties hebben in het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) afspraken gemaakt over het steeds schoner en uiteindelijk emissieloos maken van werk-, voer- en vaartuigen die bij bouw, onderhoud en sloop worden ingezet. Meer dan 160 opdrachtgevers en brancheorganisaties hebben zich inmiddels aangesloten. SEB staat bovendien niet helemaal los van de regelgeving. Bij bepaalde vergunning- en meldingsplichtige bouw- en sloopwerkzaamheden geldt vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving al een emissiereductieplicht. Daarbij moeten adequate maatregelen worden genomen om de stikstofuitstoot tijdens de werkzaamheden te beperken. Het minimumniveau uit de Routekaart SEB kan door het bevoegd gezag worden gebruikt om te beoordelen of voldoende maatregelen zijn getroffen. Andere gelijkwaardige maatregelen zijn eveneens mogelijk. Het nieuwe stikstofpakket geeft deze ontwikkeling extra gewicht. Om vergunningverlening weer mogelijk te maken, moet de stikstofuitstoot aantoonbaar dalen en ook de bouw moet daaraan bijdragen. Het ligt daarom voor de hand dat bij de verdere uitwerking van het beleid bestaande instrumenten zoals SEB een rol blijven spelen.
NIET IEDERE DAKDEKKER IS GEBONDEN AAN SEB
Een dakdekker die voor een particuliere woningeigenaar, VvE of private vastgoedbezitter werkt, is niet automatisch gebonden aan het basisniveau van het Convenant SEB. Anders wordt het wanneer hij inschrijft op een project van een opdrachtgever die het convenant heeft ondertekend. Die opdrachtgever neemt de eisen van het afgesproken SEB-niveau op in aanbestedingen voor bouw-, onderhouds- en sloopprojecten. Daarmee worden het contracteisen voor de aannemer. Dat kan heel concreet een dakrenovatie zijn van bijvoorbeeld een gemeentelijk gebouw, school of ander publiek vastgoed. Staat in de aanbesteding dat het project aan het SEB-basisniveau moet voldoen, dan moet de dakdekker zijn uitvoering daarop afstemmen. De Routekaart legt de lat daarbij stapsgewijs hoger. Een belangrijke stap volgt in 2028. Voor convenantpartners op basisniveau moeten dan onder meer licht materieel tot 56 kW, stationair materieel tot 560 kW en bestelauto’s emissieloos worden ingezet. Voor andere categorieën materieel loopt het transitiepad verder richting 2030 en 2035.
VERSTANDIG VOORUIT PLANNEN
Voor dakdekkers betekent dit niet dat het complete wagen- en machinepark op korte termijn moet worden vervangen. Wel is het verstandig om bij iedere nieuwe investering rekening te houden met de ontwikkeling richting emissieloos werken. Dat raakt onder meer de keuze voor bestelwagens, hoogwerkers, verreikers en aggregaten. Elektrisch materieel brengt bovendien een tweede investeringsvraag met zich mee: de stroomvoorziening. De Routekaart Laadinfrastructuur voor de Bouw wijst erop dat voldoende netcapaciteit en laadmogelijkheden noodzakelijke voorwaarden zijn voor de omschakeling. Ook mobiele batterijvoorzieningen en laadstations op de bouwplaats komen daardoor in beeld. Voor kostbaar materieel kan naast aanschaf ook huur of lease worden overwogen. De dakdekker hoeft dus niet morgen zijn complete machinepark te vervangen. Maar wie de komende jaren investeert in voertuigen en materieel of opdrachten wil blijven uitvoeren voor publieke opdrachtgevers, doet er verstandig aan de Routekaart SEB mee te nemen in zijn investeringsbeslissingen. Hoe het wetsvoorstel dat in oktober naar de Tweede Kamer gaat precies zal aansluiten op de bestaande SEB-aanpak, is nog niet bekend. Op basis van wat het kabinet nu heeft gepubliceerd, kan niet worden gesteld dat nieuwe SEB-eisen daarmee rechtstreeks voor iedere bouwer wettelijk verplicht worden. De precieze uitwerking moet nog komen.
Bronnen: Rijksoverheid, Routekaart Schoon en Emissieloos
Bouwen (SEB), Routekaart Laadinfrastructuur voor de Bouw, IPLO en RVO/SSEB.
Fotografie: Sanne Edelijn / Op weg naar SEB