Optoppen als sleutel tot behoud
In de binnenstad van Meppel heeft een voormalig pakhuis een opmerkelijke tweede jeugd gekregen. Het gesloten, bakstenen gebouw, ooit gebruikt voor de opslag van ijzerwaren, papier, lood en drukwerk, huisvest nu het Stedelijk Museum Meppel. Daarboven zijn drie maisonnettes gerealiseerd, waarvoor het oude pakhuis een optopping kreeg. Die nieuwe laag op het dak is niet alleen een architectonisch gebaar, maar de sleutel tot de hele renovatie. Door woningen toe te voegen boven op het bestaande casco ontstond de financiële, functionele en ruimtelijke basis om het pakhuis te behouden en tegelijk een nieuwe betekenis te geven in de compacte binnenstad.
Tekst: Tjerk van Duinen
Pakhuis De Hes, zoals het voorheen heette, staat aan de Kromme Elleboog nabij de Keizersgracht en is gebouwd in 1899. In eerste instantie werd het gebruikt als opslagplaats voor ijzerwaren, later stonden de vier lagen vol met papier en kasten vol drukletters van de firma Boom, de huidige eigenaar. Nadat het de opslagfunctie verloor, volgden decennia van leegstand, tot Frederik Pöll in opdracht van Boom Uitgevers een haalbaarheidsonderzoek verrichtte naar nieuwe bestemmingen. Wat bleek: een financieel sluitend vervolg was alleen mogelijk met een optopping waarmee drie woningen konden worden gerealiseerd. De nieuwe bestemming en de veranderde bouwhoogte moesten eerst de nodige gemeentelijke procedures doorlopen, maar in 2024 kon aannemer Kroes Nijeveen beginnen met de transformatie. Inmiddels had Stedelijk Museum Meppel zich gemeld voor de drie onderste verdiepingen, die door de architect al met een flexibele indeling waren ontworpen. In de bovenste bouwlagen zijn drie maisonettes gerealiseerd, met slaap- en badkamers op de relatief gesloten derde verdieping en de woonvertrekken op de transparante dakopbouw.
DAKTECHNIEK
Een sleutelmoment in het proces was de keuze om de optopping niet in staal, maar in houtskeletbouw uit te voeren. In een vroeg stadium lag een staalconstructie met een traditioneler, vliesgevelachtig principe voor de hand. Namens Kroes Nijeveen bracht eigenaar Jan Harm Kroes in het bouwteam een houten alternatief in: lichter, beter maakbaar in de eigen timmerfabriek en sneller te monteren: “Die keuze was cruciaal. Het bestaande pakhuis had weliswaar zware vloeren, maar veel was scheef, niet haaks en bovendien was de bovenste laag ooit als plat dak met fors afschot uitgevoerd. Een zware stalen opbouw zou technisch en financieel minder aantrekkelijk zijn geweest.” Voordat de nieuwe verdieping kon worden geplaatst, moest het bestaande dak bruikbaar worden gemaakt als ondergrond. Daarbij bleek hoeveel maatwerk in dit project besloten zit. Kroes: “Het gebouw is ingescand om de werkelijke geometrie vast te leggen. De bestaande houten balklaag is behouden, maar opnieuw uitgelijnd. De hoogste punten bepaalden het niveau, lagere delen werden met schroefstempels omhoog gebracht en ondersabeld met steen en mortel. Het dak kende plaatselijk circa 40 cm hoogteverschil. Pas nadat deze oude dakvloer vlak was gemaakt, kon de nieuwe opbouw beginnen.”
Op de uitgevlakte ondergrond kwam een nieuwe constructieve vloer met gelamineerde liggers op de draagmuren en een houten balklaag daartussen. In die zone zijn ook de leidingen opgenomen. De vloer is verder opgebouwd als droogbouwsysteem met estrichplaten; de onderzijde is afgewerkt met dubbele gipsplaten en er is isolatie verwerkt om aan de eisen voor brandwerendheid en geluid te voldoen. Op deze nieuwe, vlakke en lichte basis staat de HSB-optopping. Het resultaat is feitelijk een dubbele vloeropbouw: de oude balklaag als gecorrigeerd uitgangspunt, daarboven een nieuwe vloer die de woningen en de dakopbouw draagt.
BITUMEN EN STEENWOL
Installatietechniek K.J. van Dijk uit Koekange verzorgde de dakafwerking en het zinkwerk van het project. De dakopbouw begint met een dampremmende laag en is vervolgens op verzoek van Kroes Nijeveen brandwerend uitgevoerd met steenwol dakisolatie en daarop een tweelaags bitumineus dakbedekkingssysteem. Joachim van Dijk: “De onderlaag is mechanisch bevestigd door de steenwol heen in de houten onderconstructie, met Guardian schroeven en drukverdeelplaten; de toplaag is gebrand. De keuze voor steenwol is gedaan wegens de onbrandbaarheid en de bijdrage aan de geluidsdemping – met name tegen regengeluid op de lichte houten opbouw – en is op de terrasgedeelten uitgevoerd met Rhinnoxx, een drukvaste variant.” De terrassen rondom de woningen hebben houten vlonders op de bitumineuze dakopbouw met isolatie op afschot. Het water wordt via goten en zinken hemelwaterafvoeren traditioneel afgevoerd. Kroes: “Een bijzonder detail zit aan de buitenrand: door plaatselijk terug te gaan van een 140 mm dik isolatiepakket naar een veel dunner randpakket kon een gootzone worden gecreëerd, zonder dat de dakrand visueel zwaar werd. Die dakrand is belangrijk voor het beeld van het gebouw. De technische noodzaak van isolatie, afschot en waterafvoer moest hier worden opgelost zonder de slanke kroonwerking van de optopping te verstoren.” Het bovenste dak van de woningen zelf is relatief schoon gehouden. Geen zonnepanelen of andere dakinstallaties, maar wel daglichtbuizen om licht in de trappenhuizen van de maisonnettes te brengen. Juist doordat het dak weinig installatietechnische ballast draagt, kon de dakbedekking compact en overzichtelijk blijven. Voor incidenteel onderhoud is het dak beloopbaar.
ESTHETIEK: EEN GLAZEN KROON OP METSELWERK
Architect Frederik Pöll van FP BA spreekt over de optopping als een kroon. Voor hem was het belangrijk dat het pakhuis zelf zwaar, gesloten en authentiek kon blijven, terwijl de nieuwe laag daarboven juist licht, transparant en alzijdig werd. Daarbij past een slimme indeling, met de slaap- en badkamers in het bestaande pakhuis; wonen, koken en uitzicht zijn naar boven gebracht, waar daglicht en buitenruimte de kwaliteit bepalen. De gevel van de optopping combineert houten stijlen, glas en aluminium. Voor Pöll is vooral de doorlopende glazen balustrade bepalend voor het beeld: een bijna abstracte band rondom het gebouw, geklemd in een stalen U-profiel zonder zichtbare tussenstaanders. De translucente glaspanelen geven de bewoners de nodige privacy en houden het terrasmeubilair uit het zicht voor de omgeving. De facetvormige plattegrond van de woonkamerlaag versterkt de alzijdigheid van het pakhuis, dat door latere verkeersdoorbraken van meer kanten zichtbaar is geworden. “Het getransformeerde pakhuis was al een beeldbepalend element in de binnenstad”, zegt Pöll, “maar met deze onderscheidende bekroning en de zorgvuldig opgeknapte monumentale gevels, mag het weer gezien worden.”
DUURZAAMHEID: BEHOUD DOOR TOEVOEGEN
Het meest duurzame aan dit project is het feit dat het pakhuis is blijven staan en nieuwe functies toebedeeld kreeg. Pöll koppelt de architectonische ingreep nadrukkelijk aan die bredere betekenis: “Door het museum onder te brengen in het bestaande gebouw en daarboven woningen toe te voegen, kreeg het pakhuis een toekomstbestendige bestemming. De opdrachtgever, de familie Boom, wilde iets terugdoen voor de stad. De optopping leverde daarbij niet alleen extra vierkante meters op, maar ook de economische en functionele logica om het geheel te kunnen behouden.” Daarnaast is de keuze voor houtbouw van belang. De HSB-elementen konden prefab in de werkplaats worden gemaakt, zijn relatief licht en beperken de belasting op het bestaande casco. Buitenzonwering en warmtewerend glas helpen oververhitting in de glazen woonlaag te voorkomen, terwijl de terrassen op verschillende oriëntaties bewoners keuze geven in zon en beschutting. Ook werd bewust gekozen voor lokale partijen. Daarmee werden dagelijks veel transportkilometers bespaard.
VEILIGHEID
De uitvoering vond plaats op een kleine binnenstedelijke bouwplaats. Kroes: “Dat was flink schipperen. De nieuwe betonnen begane grondvloer diende tijdelijk als opslagruimte en de liftschacht werd gebruikt voor verticaal transport van grote platen. Voor de hele ingreep hebben we het pand rondom volledig in de steigers gezet, hoger dan strikt noodzakelijk, zodat de steiger meteen als collectieve valbeveiliging voor de optopping kon functioneren. Die is pas na plaatsing van de glazen borstweringen afgebroken.” Voor de onderhoudsfase zijn geen permanente veiligheidsvoorzieningen aangebracht. Er zijn geen zonnepanelen en groen te onderhouden, eventuele andere onderhoudswerkzaamheden moeten met tijdelijke veiligheidsvoorzieningen worden uitgevoerd.
SAMENWERKING: LOKAAL BOUWTEAM ALS VOORWAARDE
Een transformatieproject als deze is vrijwel onmogelijk zonder goede samenwerking. Een oud pakhuis renoveren is één, een contrasterende kroon toevoegen is wel een ander verhaal. Architect, aannemer, constructeur, installateur, de maker van de balustrades, de gemeente en de buurt moeten daarvoor intensief bij het proces worden betrokken. Dat is allemaal voorspoedig verlopen. Ook belangrijk was dat Kroes Nijeveen vanaf het begin aan tafel zat, waardoor de aannemer niet alleen uitvoerde, maar ook meedacht over maakbaarheid, kosten, gewicht en planning. De overstap van staal naar hout is daarvan het duidelijkste voorbeeld. Ook de relatie met de omgeving speelde mee. De bouwplaats lag midden in de stad en
evenementen als de Donderdag Meppeldagen en de sinterklaasintocht vroegen om afstemming met de gemeente. Kroes noemt vertrouwen het sleutelwoord: tussen opdrachtgever en bouwteam, maar ook richting buurt en lokale overheid. Daardoor kon Pölls architectonische ambitie worden verbonden met de nuchtere kennis van de uitvoerende partijen.
PROJECTGEGEVENS
Opdrachtgevers: Boom Uitgevers (initiatief en VO), Keur Vastgoed (DO t/m oplevering)
Architect: Frederik Pöll Bureau voor Architectuur
Constructeur: Scheltinga Constructie Advies
Aannemer: Kroes Nijeveen
Dakdekker en installateur: InstallatietechniekK.J. van Dijk
Leveranciers: IKO (dakbedekking, isolatie), Soprema (Garantgum Premium toplaag), ROCKWOOL (Caproxx
Energy en Rhinoxx steenwolisolatie), Sparq Balustrades (glazen balustrades)