Brandoverslag en branddoorslag en het hellende dak
Op het artikel in Roofs van mei dit jaar, ‘Detail boven woningscheidende wand getest op brandoverslag’, zijn vele reacties gekomen. Het detail is onderwerp van discussies op de bouw, de plaats waar je geen discussies moet willen hebben. Het detail is ook exemplarisch als plek waar regelgeving, normen, voorschriften en uitvoering kunnen botsen. En waar ernaar is gestreefd om de discussie met een test en artikel te beëindigen, kan worden gesteld dat dit nog niet gelukt is. Daarom een vervolg.
Tekst: Ton Berlee
De aandacht voor het stuk was en is nog steeds groot. Dat het artikel online 16.000 keer is gelezen, is ook voor Roofs veel. In het stuk is de opzet van de test uiteengezet en juist dat heeft tot aanvullende vragen en gesprekken geleid.
Eerst even wat rechtzetten. Ik schreef: ‘Navraag leert dat dit nog nooit met een brandtest op ware grootte is getoetst.’ Dat bleek niet het geval. Er zijn brandtesten op ware grootte uitgevoerd in opdracht van de bij PRODAK aangesloten fabrikanten. De resultaten van deze testen zijn gebruikt om met Stichting Bouw Research de in het artikel aangehaalde SBR-details op te stellen. Dit kwam aan de orde in een gesprek met PRODAK, de belangenvereniging die BEWI-IsoBouw BV, Kingspan-Unidek BV en Unilin Insulation bv vertegenwoordigt. In dat gesprek zijn alle aspecten nog eens besproken en is afgesproken tot dit vervolgartikel te komen: een technisch artikel.
De eerste vraag van PRODAK was of de geteste opstelling betrekking had op nieuwbouw of renovatie. Niet onbelangrijk, want voor nieuwbouw geldt normaliter een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) van 60 minuten, waar die voor renovatie 30 minuten is. Varianten daarop zijn mogelijk. Het geteste dak was een HSB-prefabelement, met alleen een Alert-strook op de woningscheidende wand. Voor de duidelijkheid: geen EPS- of PIR-sandwichelement (wat voor nieuwbouw wordt toegepast) en geen renovatieelement (wat voor renovatie wordt toegepast). Om het verschil te verduidelijken, enige aanvullende informatie.
Een gebouw wordt op brandveiligheid beoordeeld met het oog op de gebruikers en omwonenden. Gebruikers moeten bij het uitbreken van brand voldoende tijd hebben om weg te komen; omwonenden moeten waar mogelijk gevrijwaard blijven van brand en de gevolgen daarvan. Een brand kan overal in en om een gebouw ontstaan en wanneer dat gebeurt, moet de brandweer worden ingeschakeld, die binnen een gestelde tijd aanwezig is. Het behoud van het gebouw is niet de eerste zorg, dat zijn mensen. Dan is het zaak uitbreiding van de brand tegen te gaan en tot slot de brand te bestrijden. Alle regels aangaande brand gaan om tijd.
Een gebouw wordt volgens overeengekomen regels ingedeeld in ‘brandcompartimenten’. Een woning is één brand-compartiment. De scheidingsconstructie van het brandcompartiment – vloer, gevel, woningscheidende wand en dak in het geval van de woning – moet een weerstand tegen branddoorslag hebben. De weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen twee brandcompartimenten (nieuwbouw) dient normaliter ten minste 60 minuten te bedragen, zoals aangegeven in artikel 4.53 van het Bbl. In de praktijk betekent dit dat 60 minuten na het uitbreken van een brand in een brandcompartiment die brand niet in het naastgelegen brandcompartiment mag optreden.
Bij het vaststellen van bovenstaande regels waren er al vele woningen gebouwd en de daken van die woningen voldoen niet aan die WBDBO-eis. Denk aan GG-delen van 50 jaar en ouder of halfsteens scheidingswanden die onder het dak eindigen. Daarom wordt voor renovatie een WBDBO-eis aangehouden van geen 60, maar 30 minuten. Wanneer die woningen, veelal sociale woningbouw, nageïsoleerd moeten worden, moet het dak aan de nieuwe regels voldoen en dus een WBDBO van 30 minuten hebben. Het aantal na te isoleren woningen is nog altijd hoog, net als de kosten die ermee gemoeid zijn. Een industriële aanpak is noodzakelijk en fabrikanten, aannemers en dakdekkers hebben concepten uitgewerkt waarbij in één dag het dak van een woning wordt nageïsoleerd en waterdicht afgedekt.
Fabrikanten hebben isolatie-elementen ontwikkeld voor de renovatie die op het dakbeschot worden aangebracht. Alles van buitenaf om bewoners niet lastig te vallen en het proces niet te frustreren. Ziedaar het verschil tussen een dakelement en een isolatie-element: andere toepassing, andere eisen. Met de ontwikkeling van sandwichelementen zijn in opdracht van PRODAK brandtesten gedaan en die resultaten zijn voorgelegd aan fabrikanten, architecten, bouwkundigen, brandexperts en de brandweer. Deze hebben bijgedragen aan de SBR-brochure met brandwerende details. Later is dit ook uitgewerkt door ISSO in het Kleintje, waarin ook de bouwfysica is bekeken.
Waarom brandexperts? Brandtesten moeten onderling vergelijkbaar zijn. De ene fik is de andere niet en dus wordt er gewerkt met een gestandaardiseerde, gecontroleerde brand in een oven. Wanneer een constructie aan een norm moet voldoen, uitgedrukt in minuten, dan voldoet die wel of niet. Details doen er daarbij toe, want een constructie wordt getest; anders gezegd: producten worden in hun toepassing getest. Deze test werkt goed om de branddoorslag vast te stellen, maar brandoverslag is lastiger. Brandexperts analyseren branden, kijken naar de ontwikkeling en voortzetting van een brand, delen kennis met de brandweer en kennen de zwakke punten in constructies. Daarom worden in Nederland brandexperts betrokken bij detailleringen.
Daarbij komt dat voor een test op een detail geen standaardbrandtest bestaat. Er is geen testnorm voor een woning-scheidende wand. Een brandexpert moet dus zelf een test bedenken op basis van bestaande testen voor gehele elementen. Voor de brandoverslag bij het detail van de woningscheidende wand is de vrije ruimte tussen dakpan en brandbarrière uitgevuld met glaswol. Bedacht moet worden dat als er brand uitbreekt in één woning, de brand aan die zijde door het dak kan breken en het overliggende dak ‘open’ ligt voor brandoverslag en onder de dakpannen branddoorslag kan plaatsvinden. Dat brandexperts daar glaswol voorschrijven, is vanuit dat oogpunt logisch. Daar staat tegenover dat dakpannen veel langer meegaan als ze worden geventileerd.
Voor pannenfabrikanten is voldoende ventilatie onder dakpannen belangrijk. Hoewel de strook van 60 cm de ventilatie beperkt, is dit voor veel pannentypen geen probleem wanneer luchttoevoer bij de goot en afvoer bij de nok behouden blijven. Tegelijkertijd kan via de woning zelf of via de spouw in de woningscheidende wand vocht worden aangevoerd als een juiste dampremmer ontbreekt. Alert lost dit op met een in folie ingepakte oplossing. Het is daarmee een kritisch detail dat zorgvuldige uitvoering vereist. Toch blijft dit op de bouwplaats regelmatig een discussiepunt, terwijl de brandveilige uitvoering bij sandwich- en renovatieelementen niet ter discussie zou mogen staan.
Nu is in een test aangetoond dat de aansluiting van nieuwe hellende daken met HSB-dakelementen bij een woning-scheidende wand voldoet. Voor sandwichelementen bestaat al een oplossing met een barrière van 60 cm glaswol. Deze oplossing is ook van toepassing op renovatie-elementen. Om dit te bevestigen is nader onderzoek ingezet. Ik houd u daarvan op de hoogte.